ECLI:NL:RBBRE:2005:AU4137
Rechtbank Breda
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing intrekking vergunning plaatsing bloemenkar op trottoir wegens belangenafweging
Eiser verzocht om intrekking of wijziging van een vergunning uit 1988 die vergunninghouder toestaat een bloemenkar op het trottoir te plaatsen. Eiser woont in een nabijgelegen woning waarvan de keukenuitzicht door de kar wordt beperkt. De rechtbank oordeelt dat de vergunning nog steeds rechtsgeldig is en onder de APV 2004 valt vanwege het ontbreken van een overgangsregeling.
De rechtbank stelt vast dat eiser redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de bloemenkar en de gevolgen daarvan bij aankoop van zijn woning, aangezien de kar al jaren ononderbroken aanwezig is. De beperking van het trottoir wordt vooral veroorzaakt door een reclamebord, waarvoor geen vergunning is verleend.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van vergunninghouder bij behoud van de bloemenkar, die bijdraagt aan de rendabele exploitatie van zijn winkel, zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het uitzicht en de trottoirtoegankelijkheid. De rechtbank concludeert dat verweerder zijn beleidsvrijheid niet heeft overschreden en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de vergunning voor de bloemenkar wordt ongegrond verklaard.