ECLI:NL:RBBRE:2005:AU6876
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens afwezigheid van alle schuld bij schorsing motorrijtuigenbelasting
Eiser had zijn motorrijtuig, een personenauto, geschorst geregistreerd staan van 3 juli 2004. Op 11 augustus 2004 constateerden politieambtenaren dat het voertuig op de openbare weg geparkeerd stond, ondanks de schorsing. Hierdoor legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boetebeschikking op.
Eiser stelde dat hij het voertuig ter reparatie had aangeboden bij een garage en dat hij de garage had geïnformeerd over de schorsing. De garage erkende dit, maar had nagelaten dit door te geven aan de monteur, die het voertuig vervolgens op de openbare weg parkeerde. Eiser had geen toestemming gegeven voor het parkeren op de openbare weg en kon dit ook niet voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat het voertuig inderdaad gebruik maakte van de openbare weg tijdens schorsing. Echter, de boetebeschikking werd vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld bij eiser. De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd. De uitspraak werd gedaan op 7 juli 2005 door de rechtbank Breda.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld bij eiser, terwijl de naheffingsaanslag gehandhaafd blijft.