ECLI:NL:RBBRE:2005:AV4020
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing hypotheekrenteaftrek wegens onvoldoende bewijs aanwending lening voor eigen woning
Eiser heeft in 1999 zijn hypothecaire lening verhoogd en stelt dat deze verhoging is aangewend voor de verbouwing van zijn eigen woning, waardoor de renteaftrek gerechtvaardigd zou zijn. De inspecteur heeft echter bij de aanslagregeling over 2000 geconcludeerd dat de verhoging niet voor de eigen woning is gebruikt, waardoor de rente niet als eigenwoningschuld is geaccepteerd.
Eiser beroept zich op het vertrouwensbeginsel en stelt dat de Belastingdienst de verhoging in 1999 al geaccepteerd zou hebben, mede op basis van uitlatingen van de staatssecretaris tijdens parlementaire behandeling. De rechtbank oordeelt dat de aangifte over 1999 geautomatiseerd is verwerkt zonder inhoudelijke beoordeling en dat er geen sprake is van een bewuste standpuntbepaling die vertrouwen kan wekken.
Verder wijst de rechtbank erop dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de lening is aangewend voor de eigen woning. Nu dit bewijs ontbreekt, is het beroep ongegrond. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt als te laat ingediend beschouwd. De rechtbank wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat de lening is aangewend voor de eigen woning.