ECLI:NL:RBBRE:2005:BA1542
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering eigenwoningregeling inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende, in dienst van het Ministerie van Defensie, was in 2002 uitgezonden naar Denemarken en later Spanje, terwijl zijn woning in Nederland werd bewoond door zijn kinderen. Hij vordert dat de woning als eigen woning wordt aangemerkt voor de inkomstenbelasting, met toepassing van de eigenwoningregeling uit de Wet IB 2001.
De inspecteur handhaafde de aanslag waarbij de woning niet als eigen woning werd erkend, omdat belanghebbendes hoofdverblijf niet in Nederland was en de woning niet leeg stond tijdens de verkoopperiode. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.111 Wet IB 2001, waaronder het vereiste dat de woning ten minste een jaar als eigen woning ter beschikking moet hebben gestaan.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat eerdere aanslagregelingen onder de oude wetgeving niet beslissend zijn voor de huidige situatie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de hypotheekrenteaftrek af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de woning wordt niet als eigen woning aangemerkt voor de inkomstenbelasting 2002.