ECLI:NL:RBBRE:2005:BA4874
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toelaatbaarheid van aftrek advocaatkosten bij inkomen uit werk en woning
Belanghebbende, financieel directeur, voerde een arbeidsconflict met zijn werkgever en maakte advocaatkosten die hij wilde aftrekken van zijn inkomen uit werk en woning in de aangifte inkomstenbelasting 2002. De Inspecteur weigerde deze aftrek en handhaafde de aanslag.
Belanghebbende stelde dat het ontbreken van aftrek van advocaatkosten in de Wet IB 2001 in strijd is met artikel 1 van Pro de Grondwet en dat er sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van werkgevers die dergelijke kosten wel kunnen aftrekken van hun winst. De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om formele wetten aan de Grondwet te toetsen en dat de fiscale positie van ondernemers en werknemers principieel verschillend is, zodat geen sprake is van gelijke gevallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo op 26 oktober 2005.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard.