ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2535
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- R.J. Koopman
- J.W. Zwemmer
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrekbaarheid advocaatkosten werknemer versus werkgever
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2002 waarbij advocaatkosten ter verkrijging van schadevergoeding wegens ontbinding arbeidsovereenkomst niet aftrekbaar werden geacht. De Rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur terecht de advocaatkosten van belanghebbende niet in aftrek had toegelaten, terwijl diens ex-werkgever deze kosten wel ten laste van zijn winst kon brengen. Belanghebbende stelde dat sprake was van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Het Hof oordeelde dat het verschil in fiscale behandeling berust op het door de wetgever gemaakte onderscheid tussen winst uit onderneming en belastbaar loon uit dienstbetrekking. Dit verschil is door de wetgever op relevante punten verantwoord en leidt niet tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Ook het beroep op artikel 14 EVRM Pro in combinatie met protocol 12 en artikel 26 IVBPR Pro werd verworpen. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend.
De uitspraak werd gedaan door R.J. Koopman, J.W. Zwemmer en W.E.M. van Nispen tot Sevenaer op 19 oktober 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.