ECLI:NL:RBBRE:2006:AV6486
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verstrekkingen en medeverzekering volgens Verordening EEG nr. 1408/71
Eiser, woonachtig en werkend in België, verzocht om inschrijving van zijn dochter, woonachtig in Nederland, als medeverzekerde bij het Nederlandse ziekenfonds op basis van formulier E-109. Verweerder wees dit verzoek af op grond van de Ziekenfondswet, omdat de dochter studiefinanciering ontvangt en daardoor geen recht op medeverzekering zou hebben.
De rechtbank overweegt dat volgens het arrest-Delavant van het Hof van Justitie de inhoud, omvang en aard van verstrekkingen worden bepaald door de wetgeving van het woonland (Nederland), terwijl de vraag naar medeverzekering moet worden beoordeeld aan de hand van de wetgeving van het werkland (België). De uitvoeringspraktijk van verweerder, die de medeverzekering toetst aan de Nederlandse wetgeving, is daarmee in strijd.
De rechtbank wijst erop dat het arrest-Delavant discussie heeft veroorzaakt binnen de Administratieve commissie voor sociale zekerheid, maar dat daarvan geen juridisch relevant vervolg is gebleken. De rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, proceskostenveroordeling blijft achterwege wegens ontbreken van bewijs van kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beslissing.