ECLI:NL:RBBRE:2006:AX5808
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste waarde onroerende zaak in geschil over WOZ-beschikking
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder oorspronkelijk op €355.000 was vastgesteld en na bezwaar verlaagd tot €309.000. De rechtbank onderzoekt of deze waarde correct is vastgesteld op de waardepeildatum 1 januari 2003.
De rechtbank overweegt dat de waarde moet worden bepaald op de marktwaarde in economische zin, waarbij vergelijkingsmethoden met referentieobjecten worden toegepast. Belanghebbende voert aan dat de ligging aan een drukke straat en nabij horecagelegenheden een waardedrukkende invloed hebben, en dat de waarde niet in verhouding staat tot de verkoopprijs van een nabijgelegen woning.
Verweerder legt een taxatierapport over met vergelijkbare objecten, maar de rechtbank oordeelt dat de aftrek voor de minder gunstige ligging onvoldoende is meegenomen. De rechtbank stelt de waarde daarom vast op €300.000. Artikel 26a Wet WOZ, dat een afwijking van maximaal 4% toestaat, staat verlaging toe omdat de afwijking groter is. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €300.000 en de uitspraak op bezwaar vernietigd.