ECLI:NL:RBBRE:2006:AX6743
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij kapvergunning voor rechtspersoon zonder directe bedrijfsinvloed
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een kapvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente aan de provincie Noord-Brabant voor het kappen van twee zomereiken ten behoeve van de aanleg van een verkeersremmer.
Verzoekster, een rechtspersoon met een bedrijf gevestigd op circa 180 meter afstand, vreesde hinder en schade voor haar vrachtwagens door de verkeersremmer die mogelijk na het kappen van de bomen zou worden aangelegd. Zij stelde dat haar bedrijfsvoering hierdoor werd beïnvloed en beriep zich op een toezegging dat de verkeersremmer zou vervallen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van een rechtspersoon bij een kapvergunning slechts rechtstreeks betrokken kan zijn indien aannemelijk is dat de bedrijfsvoering of het statutaire doel wordt beïnvloed. In dit geval was het verband tussen het kappen van de bomen en de verkeersremmer te indirect en kon niet worden gesteld dat de kapvergunning de bedrijfsvoering direct beïnvloedde. Daarom werd verzoekster niet als belanghebbende aangemerkt en was haar bezwaarschrift niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen belanghebbende is bij de kapvergunning.