ECLI:NL:RBBRE:2006:AY3524
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet tijdige melding betalingsonmacht en kennelijk onbehoorlijk bestuur
Belanghebbende is als bestuurder van een failliete BV aansprakelijk gesteld voor de door de BV verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting. De melding van betalingsonmacht is voor de meeste aanslagen te laat gedaan of niet gedaan, waardoor deze niet rechtsgeldig is.
De ontvanger heeft belanghebbende verzocht nadere informatie te verstrekken en uitgenodigd voor een bespreking, maar belanghebbende is niet verschenen en heeft de gevraagde gegevens niet verstrekt. Hierdoor is de melding betalingsonmacht ook niet rechtsgeldig geworden.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 36, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 het wettelijk vermoeden geldt dat de niet betaling aan de bestuurder is te wijten. Belanghebbende heeft dit vermoeden niet kunnen weerleggen. Daarom is hij terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld wegens niet rechtsgeldige melding betalingsonmacht; beroep ongegrond verklaard.