ECLI:NL:RBBRE:2006:AY4052
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering lening aan Belgische deelneming wegens ontbreken zakelijk karakter
Belanghebbende, een BV, had in 1999-2001 zonder zekerheden en zonder schriftelijke afspraken geld uitgeleend aan een in België gevestigde BVBA, waarin zij voor 50% deelnam. Over 2000 werd rente in rekening gebracht, over andere jaren niet. De BV waardeerde de vordering in 2000 en 2001 af. De inspecteur weigerde deze afwaardering fiscaal te erkennen omdat de lening onzakelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de lening geen zakelijk karakter droeg, mede omdat de commerciële partner van belanghebbende geen financiering wilde verstrekken en de exploitatie van de BVBA verlieslijdend was. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de lening een positief effect had op haar andere deelneming. De rechtbank concludeerde dat de lening was verstrekt om persoonlijke wensen van de aandeelhouder te dienen.
Daarom kon de afwaardering niet ten laste van de winst worden gebracht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en erkent de afwaardering van de lening niet wegens het ontbreken van een zakelijk karakter.