ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5715
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Kromhout
- A.A. den Hartog
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslagen grondwaterbelasting wegens saneringsvrijstelling ondanks productieproces
Belanghebbende betwist de naheffingsaanslagen grondwaterbelasting opgelegd door de inspecteur over de periode 1999 tot en met 2004, met name de heffing over onttrekkingen van vervuild grondwater uit pompputten A en D. De rechtbank stelt vast dat de onttrekking van vervuild grondwater, ook indien gebruikt in het productieproces, belastbaar is, maar dat een saneringsvrijstelling geldt tot het maximale onttrekkingsdebiet vermeld in de vergunningen.
De rechtbank oordeelt dat de saneringsvrijstelling ook van toepassing is op onttrekkingen uit pompput D, ondanks dat deze put niet expliciet in de eerste vergunning is vermeld, omdat het onttrekken mede bijdraagt aan sanering. De naheffingsaanslagen worden daarom verminderd tot een bedrag van €49.995 exclusief rente en boete. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat de toezegging van de inspecteur gekoppeld was aan het maximale debiet van 525.000 m³.
Ten aanzien van de opgelegde boete van 25% over de periode tot mei 2004 oordeelt de rechtbank dat het standpunt van belanghebbende dat vervuild grondwater niet belast zou zijn pleitbaar is, zodat de boete wordt vernietigd. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen grondwaterbelasting worden verminderd en de boetebeschikking vernietigd.