ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7926
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens niet-aangegeven inkomsten uit handel in XTC-pillen
Belanghebbende is veroordeeld voor handel in XTC-pillen in 1999 en heeft geen aangifte inkomstenbelasting gedaan over 1998, terwijl hij in dat jaar ook handelde in XTC-pillen. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op. Belanghebbende voerde aan dat hij geen onderneming dreef, dat de bewijslast onterecht werd omgekeerd en dat de boete disproportioneel was.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende in 1998 en 1999 een onderneming dreef in XTC-pillen en daardoor administratieplichtig was. De omkering van de bewijslast is gerechtvaardigd op grond van artikel 27e AWR. De hoogte van de winstcorrectie is redelijk vastgesteld aan de hand van een strafrechtelijk financieel onderzoek. De boete van 50% is terecht opgelegd wegens opzet en het niet doen van aangifte.
De rechtbank wijst de bezwaren van belanghebbende af, waaronder het beroep op het zwijgrecht en de stelling dat de bewijslast te zwaar is. Ook de aangevoerde disproportionaliteit van de boete wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag en de vergrijpboete van 50%.