ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7970
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens ontwatering tijdens bouwproject
De gemeente X was opdrachtgever van een bouwproject waarbij tijdens de bouw een lekkage in de leemlaag ontstond, waardoor dreiging van wateroverlast bestond. Ter beheersing van dit gevaar werden drie extra deepwell-pompen ingezet, waarvan het opgepompte grondwater niet was aangegeven voor grondwaterbelasting. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag en boete op.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente als vergunninghouder en opdrachtgever terecht als belastingplichtige is aangemerkt, mede omdat de extra kosten voor de inzet van de pompen als meerwerk voor haar rekening kwamen. Echter, de rechtbank oordeelt dat de inzet van de pompen gericht was op het beheersen van het grondwaterpeil ter voorkoming van wateroverlast, wat valt onder ontwatering zoals bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
Daarmee ontbreekt de grondslag voor de heffing van grondwaterbelasting voor het opgepompte water met de extra pompen. De naheffingsaanslag en boete worden vernietigd en het betaalde griffierecht wordt aan de gemeente vergoed. De rechtbank wijst erop dat partijen hoger beroep kunnen instellen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd omdat sprake is van ontwatering die niet belastbaar is.