ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7975
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastingaanslag en vergrijpboete wegens handel in XTC-pillen
Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor handel in XTC-pillen in 1999 en heeft hierover geen aangifte inkomstenbelasting gedaan. De inspecteur heeft op basis van een financieel onderzoek een aanslag opgelegd, waarbij het inkomen is vastgesteld op basis van de door Justitie berekende voordelen uit de drugshandel. Belanghebbende voerde aan dat hij geen onderneming dreef, dat de bewijslast onterecht werd omgekeerd en dat relevante stukken ontbreken door inbeslagname.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende wel degelijk een onderneming dreef in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, gezien de duurzame organisatie van arbeid en kapitaal gericht op winst. De omkering van de bewijslast is volgens de rechtbank terecht toegepast omdat belanghebbende geen administratie heeft bijgehouden. De hoogte van de winstcorrectie is redelijk vastgesteld op basis van het strafrechtelijk financieel onderzoek.
Ten aanzien van de vergrijpboete stelt de rechtbank vast dat belanghebbende opzettelijk geen aangifte heeft gedaan, terwijl hij daartoe verplicht was. De boete van 50% is passend en proportioneel gelet op de ernst van de gedraging en de hoogte van het niet aangegeven inkomen. Bezwaren over samenloop met strafrechtelijke sancties en financiële omstandigheden worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde aanslag en boete blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag en vergrijpboete blijven in stand.