ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0777
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling ter compensatie van nadelige effecten lock-up regeling is informele kapitaalstorting en niet aftrekbaar van winst
Belanghebbende, middellijk aandeelhouder van vennootschap A, betaalde een schadeloosstelling aan vennootschap A om werknemers/mede-certificaathouders te compenseren voor het feit dat aandeelhouders meer dan evenredig hadden geprofiteerd van verkoopmogelijkheden van aandelen in een beursgenoteerde vennootschap. De inspecteur weigerde deze betaling als aftrekpost van de winst te erkennen.
De rechtbank stelde vast dat de betaling niet voortvloeide uit een rechtens afdwingbare verplichting maar bedoeld was om de intrinsieke waarde van het aandeel in vennootschap A in overeenstemming te brengen met de prijs die aan werknemers werd betaald bij overname. Belanghebbende handelde in haar hoedanigheid van (middellijk) aandeelhouder, waardoor het bedrag als een informele kapitaalstorting moet worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat deze kapitaalstorting onderdeel uitmaakt van de kostprijs van de deelneming en niet ten laste van de winst kan worden gebracht. Tevens overwoog de rechtbank dat belanghebbende het nadeel had moeten verhalen op haar aandeelhouder, die het voordeel had genoten. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de schadeloosstelling een informele kapitaalstorting is die niet ten laste van de winst kan worden gebracht.