ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0936
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastbaarheid van schadeloosstelling wegens lock-up regeling bij aandelenverkoop
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van [Firma1] B.V., ontving aandelen [Firma10] via een complexe keten van vennootschappen en certificaathouders, waarbij een lock-up regeling van toepassing was. Door meer dan evenredig gebruik van verkoopmogelijkheden door aandeelhouders ontstond een nadeel voor certificaathouders, waarvoor een schadeloosstelling werd overeengekomen.
De inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen van belanghebbende met het volledige bedrag van deze schadeloosstelling, stellende dat sprake was van een uitdeling van winst. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat niet hij, maar de vennootschap het voordeel had genoten.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel niet direct bij belanghebbende lag, maar dat vennootschap [Firma1] B.V. het bedrag had betaald en dit had moeten verhalen op belanghebbende. Door dit niet te doen, had de vennootschap belanghebbende een voordeel toegekend, maar slechts voor zover de vennootschap daadwerkelijk was verarmd.
De rechtbank becijferde dit deel op circa 40% van het bedrag, omdat het overige deel leidde tot waardestijging van aandelen die belanghebbende bezat. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd, en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd door slechts een deel van de schadeloosstelling als belastbaar inkomen aan te merken.