ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ1687
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winstuitdeling bij verkoop van grond tussen aandeelhouders en BV
Twee broers, aandeelhouders en directie van een BV, verkochten in 2000 een perceel grond aan de BV voor een bedrag van € 1.610.920. De inspecteur stelde dat een deel van de koopprijs een winstuitdeling betrof en legde een navorderingsaanslag op. De broers baseerden de verkoopprijs op taxatierapporten van gerenommeerde bureaus, terwijl de inspecteur een lagere waarde aanvoerde op basis van eigen taxaties.
De rechtbank oordeelde dat de taxatierapporten van de broers voldoende bewijs leverden voor de waarde van de grond en dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de door hem aangevoerde vergelijkbare percelen daadwerkelijk vergelijkbaar waren. De lage huurprijs van de grond door de broers aan de BV werd als onzakelijk erkend, maar dit deed niet af aan de waarde van de verkoopprijs.
Wel achtte de rechtbank aannemelijk dat de BV de bestratingskosten, die zij vooraf had betaald en die in de verkoopprijs waren inbegrepen, feitelijk dubbel betaalde, wat neerkwam op een winstuitdeling aan de broers. De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van € 286.347, waarvan € 101.420 werd belast tegen het bijzondere tarief van 25%. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van € 805 en het griffierecht werd aan de belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is verminderd en de BV heeft een winstuitdeling gedaan ter grootte van de bestratingskosten.