ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ4967
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastbaarheid van rente uit rekening courant vordering van buitenlandse aanmerkelijk belanghouder op Nederlandse vennootschap
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de belastingheffing van rente die een buitenlandse aanmerkelijk belanghouder ontvangt uit een rekening courant vordering op een in Nederland gevestigde vennootschap. De kernvraag was of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland ook het ter beschikking stellen van vermogen omvat en of de rente uit zo'n vordering als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland moet worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat op grond van de Wet IB 2001, met name artikel 7.2, tweede lid, letter c, en de artikelen 3.91 en 3.92, het begrip belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden ook het ter beschikking stellen van vermogen omvat. Dit volgt ook uit de parlementaire geschiedenis van de Wet IB 2001. Daarnaast is van belang dat de vennootschap die feitelijk over het vermogen beschikt in Nederland is gevestigd.
Daarom is de rente die een buitenlandse aanmerkelijk belanghouder ontvangt uit een rekening courant vordering op een Nederlandse vennootschap belastbaar als resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de rente uit de rekening courant vordering belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland.