ECLI:NL:PHR:2013:CA0323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland bij buitenlandse belastingplicht
In deze zaak staat de uitleg centraal van de term 'resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland' zoals bedoeld in artikel 7.2, lid 2, sub c van de Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende, woonachtig in Canada, behaalde winst uit de aan- en verkoop van een perceel in Nederland. De vraag was of de winst die voortkomt uit werkzaamheden die deels buiten Nederland zijn verricht, ook deels buiten de Nederlandse heffing zou moeten blijven.
De feiten betreffen de aankoop en verkoop van een bouwkavel in Nederland, waarbij belanghebbende erkende dat de voorbereidende werkzaamheden in Nederland plaatsvonden. De Inspecteur belastte de winst als resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
De Advocaat-Generaal analyseerde de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur en concludeerde dat de term 'werkzaamheden in Nederland' strikt moet worden uitgelegd als de plaats waar de arbeid feitelijk wordt verricht. Echter, bij grensoverschrijdende activiteiten is splitsing van het resultaat niet aan de orde. De Hoge Raad volgt deze redenering en oordeelt dat resultaten uit overige werkzaamheden met betrekking tot in Nederland gelegen onroerende zaken steeds volledig in Nederland belastbaar zijn. De klacht van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het resultaat uit overige werkzaamheden met betrekking tot in Nederland gelegen onroerende zaken volledig in Nederland belastbaar is.