ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ4976
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsverhouding na pensionering kwalificatie als dienstbetrekking en toepassing gelijkheidsbeginsel afgewezen
Belanghebbende, een bouwkundige die na pensionering werkzaamheden bleef verrichten voor zijn voormalige werkgever, de [beleggingsmaatschappij], stelde dat zijn inkomsten resultaat uit overige werkzaamheden waren en geen loon uit dienstbetrekking. De inspecteur kwalificeerde dit als loon uit dienstbetrekking en weigerde aftrek van kosten.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende persoonlijk verplicht was de arbeid te verrichten, dat de opdrachtgever een beloning verschuldigd was en dat er een gezagsverhouding bestond ondanks de grote vrijheid van belanghebbende. Dit leidde tot de conclusie dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar de fiscale behandeling van wethouders en gedeputeerden. De rechtbank verwierp dit beroep omdat de onjuiste interpretatie van de wet door de staatssecretaris tijdig was hersteld.
De rechtbank wees ook het beroep op een onbelaste onkostenvergoeding af, aangezien de vergoeding onderdeel was van het loon. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de inkomsten van belanghebbende loon uit dienstbetrekking zijn.