ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ5547
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onrechtmatige teruggaaf en bevestiging boete taxibedrijf
Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en ontving voor vier auto's teruggaaf BPM. Voor twee auto's werd de teruggaaf in één keer verleend op basis van een beleidsbesluit van de staatssecretaris, afwijkend van de wettelijke regeling die teruggaaf in drie termijnen voorschrijft. De rechtbank oordeelt dat deze teruggaaf niet op een wettelijk verzoek berustte, waardoor naheffing voor deze auto's niet mogelijk is en wordt vernietigd.
Voor de andere twee auto's werd de teruggaaf in drie termijnen verleend, conform de wet. De inspecteur heffingsaanslagen na wegens onvoldoende bewijs dat deze auto's nagenoeg geheel voor taxivervoer werden gebruikt. Belanghebbende kon dit niet aannemelijk maken omdat hij geen ritten- of kilometeradministratie bijhield. De rechtbank acht de naheffing terecht en bevestigt ook de opgelegde boete van € 857 wegens grove nalatigheid.
De rechtbank wijst het beroep toe voor zover het de naheffing BPM betreft en vermindert de aanslag van € 21.784 met € 10.889 tot € 10.895. Het beroep wordt ongegrond verklaard voor de boetebeschikking. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 10.895 en de boete wordt gehandhaafd.