ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9784
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens onvoldoende bewijs gebruik taxi
Belanghebbende exploiteerde samen met een compagnon een taxibedrijf en beschikte over vier auto's met geldige vergunningen voor taxivervoer. Hij vroeg teruggaaf BPM aan, welke deels werd toegekend. De inspecteur legde later een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat niet aan de gebruiksvoorwaarde van minimaal 90% taxivervoer was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet in zijn bewijslast is geslaagd. De inspecteur baseerde zijn standpunt op het ontbreken van keuringsverslagen en verschillen in kilometerstanden tussen teller en taxameter, maar er was geen concreet bewijs van ander gebruik dan taxivervoer. De verklaringen van belanghebbende en een deskundige over de kilometerstanden waren geloofwaardig.
De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Tevens wordt een teveel betaald griffierecht aan belanghebbende gerestitueerd. De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor het niet voldoen aan de gebruiksvoorwaarden bij de inspecteur ligt en dat administratieve tekortkomingen niet automatisch tot naheffing mogen leiden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de auto's niet minimaal 90% voor taxivervoer zijn gebruikt.