ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6224
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens behoud risico tenietgaan
Belanghebbende had in 1998 de economische eigendom van een onroerende zaak verkocht aan een B.V., waarbij het risico van tenietgaan bij de verkoper bleef. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, stellende dat het risico was overgegaan.
De rechtbank oordeelt dat uit de notulen van de aandeelhoudersvergadering en de schriftelijke overeenkomst blijkt dat partijen de bedoeling hadden dat het risico van tenietgaan bij de verkoper bleef. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat dit anders was overeengekomen of dat de uitvoering anders was.
Ook de verzekeringspolis en herstelwerkzaamheden in 2000 leiden niet tot de conclusie dat het risico op de koper was overgegaan. De rechtbank stelt vast dat het complex van rechten en verplichtingen dat op 14 december 1998 is overgegaan, geen risico van tenietgaan omvat.
Daarom is geen belastbare verkrijging in de zin van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en wordt de naheffingsaanslag vernietigd. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat het risico van tenietgaan niet op de koper is overgegaan.