ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6240
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens ontbreken risico van tenietgaan bij economische eigendomsoverdracht
De zaak betreft een geschil over de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting voor het jaar 2002, opgelegd aan belanghebbende naar aanleiding van de overdracht van aandelen in een besloten vennootschap die eigenaar is van een onroerende zaak.
Belanghebbende had in 1998 al de economische eigendom van het pand verkregen, waarbij het risico van tenietgaan bij de verkoper was achtergebleven. De inspecteur stelde dat in 2002 alsnog het risico van tenietgaan was overgegaan, wat de rechtbank niet aannemelijk achtte.
De rechtbank overwoog dat de overeenkomst van 18 januari 2002 tussen onafhankelijke partijen was gesloten, maar dat belanghebbende geen partij was bij deze overeenkomst en dat het beding over het risico van tenietgaan niet kon betekenen dat dit risico op belanghebbende was overgegaan.
Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarden voor heffing van overdrachtsbelasting, zodat de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar werden vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat het risico van tenietgaan niet op belanghebbende is overgegaan.