ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ7056
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.M. van Amsterdam
- F.H. Schraven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkstelling inlener voor loonbelastingschuld uitlener onder het oude regime
De zaak betreft de aansprakelijkstelling van belanghebbende, een aannemer in de weg- en waterbouw, voor de loonbelastingschuld van de uitlener [bedrijf] over de jaren 1998 en 1999. De inspecteur stelde belanghebbende bij beschikking van 14 januari 2000 aansprakelijk voor de niet-betaalde loonbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslagen, maar dit werd door de inspecteur gehandhaafd in 2005. Hiertegen stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Breda.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is de zaak te behandelen ondanks het overgangsrecht van de Wet herziening procesrecht inzake aansprakelijkstelling, omdat dit overgangsrecht alleen ziet op de splitsing van civiele en fiscale procedures en niet op de bevoegdheid van rechtbank of hof. De rechtbank baseert haar oordeel op het rapport van de onderzoeker dat de administratie van [bedrijf] onbetrouwbaar was, met gefingeerde namen en urenstaten.
Belanghebbende stelde dat een deel van de betrokkenen zelfstandigen waren, wat de rechtbank deels aannam op basis van verklaringen van deze zelfstandigen. De rechtbank bevestigt de toepassing van het anoniementarief en de eindheffing, omdat [bedrijf] geen correcte loonbelastingverklaringen had en geen verzoek tot achterwege laten van eindheffing was gedaan. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €124.185 voor 1998.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en griffierecht ten gunste van belanghebbende. De aansprakelijkstelling blijft grotendeels in stand, waarbij de fiscale procedure door de rechtbank wordt behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de naheffingsaanslag tot €124.185.