ECLI:NL:RBBRE:2006:BA2094
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbeidskundige beoordeling herziening WAO-uitkering wegens onjuiste functiebeoordeling en urenomvang
Eiser, voorheen werkzaam als beroepschauffeur, werd vanwege medische beperkingen arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid aanzienlijk lager vast, wat eiser betwistte. De rechtbank onderzocht of eiser passend werk kon verrichten, waarbij de functie van meteropnemer werd beoordeeld, maar constateerde dat deze functie ongeschikt was vanwege het vereiste beroepsmatig autorijden, waartoe eiser niet in staat werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onterecht de urenomvang van de maatmanfunctie had gemaximeerd op 38 uur per week, terwijl eiser daadwerkelijk 49,55 uur werkte. Deze maximering leidde tot een te lage inschatting van de arbeidsongeschiktheid. Daarnaast vond de rechtbank dat de toelichtingen op signaleringen in de functiebeoordeling toereikend waren, maar dat de verborgen beperking omtrent autorijden onvoldoende was meegenomen.
Gelet op deze onjuistheden verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het arbeidskundige gedeelte van het besluit en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Het medische oordeel bleef ongewijzigd. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed. Eiser kan tegen dit oordeel hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het arbeidskundige gedeelte van het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd.