ECLI:NL:RBBRE:2006:BA4869
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over misbruik van recht en naheffingsaanslag omzetbelasting bij bouw kantoorpand
De rechtbank Breda behandelde een geschil tussen belanghebbende en de inspecteur over een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking met betrekking tot de bouw van een kantoorpand. Belanghebbende betwistte de naheffingsaanslag en stelde dat er geen sprake was van misbruik van recht. De inspecteur stelde juist dat misbruik van recht had plaatsgevonden, waardoor de voorbelasting ten onrechte was afgetrokken.
De feiten betroffen een bouwconstructie waarbij belanghebbende, een vennootschap opgericht door de Bank en een BV, als formele opdrachtgever optrad. De Bank bracht kapitaal in en het pand werd uiteindelijk aan de Bank geleverd tegen een lage koopsom, waardoor een belastingvoordeel ontstond. De rechtbank oordeelde dat deze constructie misbruik van recht opleverde in de zin van het arrest Halifax van het Hof van Justitie, omdat het wezenlijke doel was een belastingvoordeel te verkrijgen en de formele toepassing van de wet werd misbruikt.
De rechtbank stelde vast dat het belastingvoordeel per saldo in 2000 was ontstaan bij ingebruikneming van het pand, maar dat de naheffing terecht over 1999 was opgelegd vanwege de genoten vooraftrek. De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 1.841.489 en de boete tot € 10.556. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag tot € 1.841.489 en de boete tot € 10.556 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.