ECLI:NL:RBBRE:2006:BB2758
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking en naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste tarieftoepassing
Belanghebbende, een groothandel in borstprothesen en cosmetische producten, leverde in 2004 een gel die via injectie in het lichaam wordt ingebracht en ingekapseld raakt met collageen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat het verlaagde tarief volgens hem niet van toepassing was, en legde tevens een boete op wegens grove schuld.
De rechtbank oordeelt dat het geleverde product niet kan worden aangemerkt als een chirurgische inplanteringsprothese omdat het bij levering nog niet de definitieve vorm heeft en eerder als grondstof moet worden gezien. De kwalificatie onder Portugese wetgeving is niet bindend voor Nederland. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd.
Ten aanzien van de boete stelt belanghebbende dat de Inspecteur onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de boete gehandhaafd blijft. De rechtbank vindt dat de motivering kan worden aangevuld en dat belanghebbende geen nadeel heeft ondervonden. Wel is het standpunt van belanghebbende dat het product als prothese moet worden aangemerkt pleitbaar, zodat de boetebeschikking wordt vernietigd.
De rechtbank veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Breda op 24 april 2006.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de boetebeschikking wordt vernietigd en het griffierecht wordt vergoed.