ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0159
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete naheffingsaanslag omzetbelasting privégebruik auto’s directeur
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit een holding en een werkmaatschappij die een garage exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd wegens privégebruik van auto’s door de directeur-grootaandeelhouder en zijn echtgenote. Belanghebbende voerde aan dat er geen privégebruik was van de werkmaatschappij-auto’s, omdat de directeur en zijn echtgenote over meerdere oldtimers beschikten voor privégebruik.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen privégebruik was, mede omdat er geen rittenregistratie of andere administratieve vastleggingen waren. De inspecteur stelde dat de directeur en zijn echtgenote volledige beschikking hadden over de handelsvoorraad auto’s en dat enkele privéauto’s niet altijd verzekerd of gekeurd waren.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde vast dat de correctie van de voorbelasting terecht was. Wel matigde de rechtbank de boete met 10% vanwege het tijdsverloop en bepaalde de boete op € 260. Daarnaast veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de boete tot € 260 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.