ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0206
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ondernemerschap samenwerkingsverband voor omzetbelasting en vernietiging naheffingsaanslag
De rechtbank Breda heeft op 14 juni 2006 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking opgelegd aan een samenwerkingsverband voor het tijdvak 2000.
De feiten betreffen de aankoop van een perceel grond in 1999 door twee heren, met als doel de bouw en verkoop van twee woningen en een bedrijfsruimte. De woningen zijn gerealiseerd en in 2000 verkocht. De heren hebben beide werkzaamheden verricht en financieringen afgesloten, maar tot het moment van de zitting geen verdere soortgelijke activiteiten ondernomen. De vraag was of het samenwerkingsverband als ondernemer in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968 kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de activiteit incidenteel was en niet duurzaam of geregeld werd verricht. Daarom kwalificeerde het samenwerkingsverband niet als ondernemer voor de Wet OB. De naheffingsaanslag en boetebeschikking werden vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als partij die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
De uitspraak bevat tevens een toelichting op de toepasselijke Europese regelgeving en jurisprudentie, waaronder de Zesde richtlijn en een arrest van de Hoge Raad, waarin wordt benadrukt dat incidentele handelingen niet als economische activiteit worden beschouwd voor de omzetbelasting.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag en boetebeschikking omdat het samenwerkingsverband geen ondernemer is voor de omzetbelasting.