ECLI:NL:HR:2004:AO9506
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemerschap bij incidentele publieksavond voor fondsenwerving
Belanghebbende, opgericht in augustus 1996 met als doel het organiseren van een publieksavond ter fondsenwerving voor een therapeutisch zwembad, organiseerde op 27 mei 1997 een evenement met 900 betalende bezoekers.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de ontvangen toegangsprijzen, stellende dat belanghebbende als ondernemer moest worden aangemerkt. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof.
Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat er geen sprake was van ondernemerschap omdat de activiteit niet duurzaam was. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigde dat het begrip ondernemerschap in de zin van artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting, geïnterpreteerd in het licht van de Zesde richtlijn, vereist dat de activiteit duurzaam en met regelmaat wordt verricht. Een eenmalige publieksavond voldoet hier niet aan. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd.