ECLI:NL:RBBRE:2006:BG7074
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting jaren 1999-2002
Belanghebbende verrichtte vanaf 1998 werkzaamheden voor een onderneming op het gebied van medische producten, waarbij zij klanten bezocht en een vaste vergoeding plus bonus ontving. De rechtbank oordeelt dat deze werkzaamheden geen onderneming vormen in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, omdat belanghebbende slechts één opdrachtgever had, geen debiteurenrisico liep en feitelijk tegen een vaste beloning werkte.
De navorderingsaanslagen over de jaren 1999 tot en met 2001 zijn terecht opgelegd vanwege een nieuw feit dat aan het licht kwam bij een boekenonderzoek in 2003. Voor 2002 is dit niet het geval; de aanslag is te vroeg opgelegd en daarom vernietigd. Ook de boetebeschikkingen over 2002 worden vernietigd. De boetes over 1999, 2000 en 2001 worden verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelt dat belanghebbende geen pleitbaar standpunt heeft ingenomen over de kwalificatie van de inkomsten en dat sprake is van grove schuld, waardoor de boetes gerechtvaardigd zijn. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en het betaalde griffierecht.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken hoger beroep of beroep in cassatie instellen. De uitspraak is op 19 oktober 2006 gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Navorderingsaanslag en boetebeschikking over 2002 vernietigd, boetes over 1999-2001 verminderd en inspecteur veroordeeld in proceskosten.