ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8070
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding na intrekking beroep volgens artikel 8:73a Awb
Belanghebbende had beroep aangetekend tegen een uitspraak inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2001. Na een gesprek met de inspecteur werd de aanslag ambtshalve verminderd, waarna belanghebbende het beroep introk. Het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 8:73a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd echter niet gelijktijdig met de intrekking ingediend, waardoor het verzoek door de rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
Belanghebbende stelde verzet in tegen deze beslissing. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende met het vereiste van gelijktijdige indiening niet bekend kon zijn. Daarom oordeelde de rechtbank dat een redelijke wetstoepassing vereist dat het verzoek tot schadevergoeding ook ontvankelijk is indien het na intrekking van het beroep, maar binnen een redelijke termijn en tegelijk met een door de rechtbank toegezonden intrekkingsverklaring wordt gedaan.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en bepaalde dat het onderzoek dient te worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De uitspraak werd gedaan op 11 januari 2007 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is ontvankelijk ondanks niet-gelijktijdige indiening met de intrekking van het beroep.