ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8077
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek voorbelasting bij makelaarskantoor met hypotheekadvies en belaste verhuur
Belanghebbende, een makelaarskantoor annex hypotheekadviseur, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2003 en 2004. De discussie betrof de aftrek van voorbelasting, waarbij belanghebbende stelde dat het werkelijke gebruik van goederen en diensten bepalend moest zijn, terwijl de inspecteur de pro rata methode toepaste.
De rechtbank stelde vast dat de makelaars- en hypotheekactiviteiten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn en dat de aftrek per goed of dienst moet worden beoordeeld. Voor auto's die exclusief aan makelaars werden toegekend, was de voorbelasting volledig aftrekbaar, terwijl voor auto's van hypotheekadviseurs dit niet het geval was. Voor gemengd gebruikte auto's en algemene kosten werd de pro rata methode toegepast, tenzij het werkelijke gebruik objectief en nauwkeurig kon worden vastgesteld.
Ook voor de huisvesting werd een onderscheid gemaakt tussen exclusief en gemengd gebruik, waarbij de rechtbank de pro rata methode toepaste voor algemene huisvestingskosten maar een meer gedetailleerde berekening voor de huur zelf. De rechtbank concludeerde dat belanghebbende recht had op een hogere aftrek dan de inspecteur had vastgesteld en verminderde de naheffingsaanslag van € 33.341 naar € 12.744.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van een gedetailleerde en individuele beoordeling van aftrekposten bij gemengde ondernemingen met zowel belaste als vrijgestelde prestaties.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot € 12.744 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.