ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ9081
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar wegens onvoldoende horen belanghebbende bij naheffingsaanslag loonbelasting
De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen op over het jaar 2002, inclusief een vergrijpboete. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en boete, maar de inspecteur handhaafde deze bij uitspraak op bezwaar. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Breda.
Tijdens de zitting bleek dat het horen in bezwaar niet voldeed aan de eisen van artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het slechts bestond uit een aanhoren zonder voldoende aandacht voor relevante feiten en omstandigheden. Dit leidde tot de conclusie dat een adequate heroverweging van het bezwaar niet had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar in samenhang met andere tijdvakken behandeld moet worden en dat de zaak terug moet worden verwezen naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens onvoldoende horen en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor nieuwe beslissing.