ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ9092
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van stakingswinst bij verkoop skatecentrum na langlopende liquidatie
Belanghebbende kocht in 1996 een voormalig zwembad van de gemeente om er een skatebaan te exploiteren, met een koopovereenkomst die een terugkooprecht aan de gemeente gaf bij verkoop binnen vijf jaar. Het skatecentrum werd in 2000 gesloten en begin 2002 verkocht aan de gemeente. Belanghebbende stelde dat het pand in 2000 naar haar privévermogen was overgegaan, terwijl de inspecteur stelde dat het pand tot het ondernemingsvermogen bleef behoren omdat het werd aangehouden voor verkoop.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende het pand had aangehouden met het oog op verkoop aan de gemeente, wat werd ondersteund door de koopovereenkomst, de contacten tussen belanghebbende en de gemeente en het feit dat de gemeente belangstelling toonde en uiteindelijk een bod deed dat werd aanvaard. Hierdoor bleef het pand tot het ondernemingsvermogen behoren tijdens de langlopende liquidatie.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de stakingswinst in 2000 mocht aangeven, het jaar van feitelijke bedrijfsbeëindiging, omdat toen alle relevante gegevens bekend waren. Het bedrag dat belanghebbende van de gemeente ontving was niet in geschil en is terecht in de stakingswinst begrepen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de winst uit de verkoop van het pand belast is als stakingswinst.