ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ9105
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting daggeldvergoedingen asbestsaneringsbedrijf terecht opgelegd
Belanghebbende, een asbestsaneringsbedrijf, verstrekte in de jaren 1999-2001 daggeldvergoedingen aan haar werknemers voor uitgaven aan kleding, consumpties en maaltijden, gemiddeld € 2,84 per gewerkte dag. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op wegens bovenmatigheid van deze vergoedingen, omdat zij de bedragen die belastingvrij mogen worden verstrekt volgens de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 overschreden.
Belanghebbende voerde aan dat de bijzondere omstandigheden waaronder asbestsaneerders werken, zoals het dragen van beschermende kleding en het houden van verplichte rustpauzes, rechtvaardigen dat van het forfait wordt afgeweken. Tevens stelde zij dat de werknemers daadwerkelijk hogere kosten maakten, onderbouwd met een steekproef. De inspecteur betwistte de zakelijkheid van de vergoeding en de validiteit van de steekproef.
De rechtbank oordeelde dat vaste kostenvergoedingen alleen belastingvrij kunnen worden verstrekt binnen de wettelijke voorwaarden. De vergoeding voor kleding betrof reguliere kleding en niet werkkleding in de zin van de wet, waardoor deze vergoeding tot het loon behoort. De rechtbank verwierp het verweer dat het forfait onrechtvaardig zou zijn vanwege de bijzondere werkomstandigheden. Ook voor consumpties en maaltijden werd geoordeeld dat de vergoeding de forfaitaire bedragen overschreed en dat het zakelijke karakter van de maaltijden niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen, inclusief de correctie van € 17.367 aan daggeldvergoeding. De boete werd verminderd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wegens bovenmatige daggeldvergoedingen wordt bevestigd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.