ECLI:NL:RBBRE:2007:BA5885
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid licentievergoedingen merkenrecht in fiscale eenheid afgewezen
Belanghebbende heeft haar merkenrecht overgedragen aan een gelieerde vennootschap ([BV5]) binnen de fiscale eenheid, die het merk vervolgens in licentie gaf tegen een vergoeding per verkocht product. De handelsnaam bleef bij belanghebbende. De inspecteur betwistte de zakelijkheid van de licentievergoedingen en stelde dat sprake was van een belastingbesparende constructie.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overdracht en licentie een beschermingsconstructie voor het merk vormden. Integendeel, de feiten en stukken wezen op een structuur gericht op winstafdracht ten behoeve van aandeelhouders. De licentievergoedingen werden daarom niet als zakelijke kosten erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het jaar 1999 door vermindering van de aanslag naar een lager belastbaar bedrag, maar wees de beroepen voor 1997 en 1998 af. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak benadrukt het belang van zakelijkheid en onderbouwing bij fiscale constructies binnen concernverhoudingen.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1999 wordt verminderd wegens niet-zakelijke licentievergoedingen; aanslagen 1997 en 1998 worden gehandhaafd.