ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7169
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijtelling privégebruik auto met BPM-vrijgestelde accessoires na intrekking gunstig besluit
Belanghebbende kreeg in oktober 2004 een personenauto met BPM-vrijgestelde accessoires ter beschikking gesteld. Volgens een besluit uit 2004 behoorden deze accessoires niet tot de cataloguswaarde voor de bijtelling privégebruik auto. Dit gunstige beleid werd echter per 1 januari 2006 ingetrokken.
Belanghebbende voerde aan dat het oude besluit nog steeds van toepassing moest zijn op auto's die vóór 2005 op kenteken waren gesteld, en dat hij erop mocht vertrouwen dat de bijtelling exclusief deze accessoires zou blijven. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat voor de bijtelling in 2006 de toen geldende wet- en regelgeving geldt, waarbij de cataloguswaarde inclusief BPM-vrijgestelde accessoires moet worden gehanteerd.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen omdat niet was gesteld of bewezen dat de auto inclusief de accessoires op grond van het ingetrokken besluit ter beschikking was gesteld en dat herstel van deze terbeschikkingstelling zonder nadeel mogelijk was.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding van loonbelasting over de bijtelling privégebruik auto inclusief BPM-vrijgestelde accessoires is ongegrond verklaard.