ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7321
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlies uit aanmerkelijk belang bij liquidatie commanditaire vennootschap
Belanghebbende, aandeelhouder van een BV en commanditair vennoot in een Duitse commanditaire vennootschap (CV), voerde verlies uit aanmerkelijk belang aan wegens liquidatie van de CV. De BV had vorderingen op de CV afgeboekt, waarvan een deel als onzakelijk werd aangemerkt. Belanghebbende stelde dat hij een verlies van circa 2,5 miljoen gulden had geleden uit aanmerkelijk belang.
De inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd over 1997, die door verrekening van een verlies uit 1996 tot nihil was teruggebracht. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen belang had bij beroep tegen de navorderingsaanslag, maar wel ontvankelijk was in beroep tegen de beschikking waarbij het verlies uit 1996 werd verrekend met het inkomen van 1997.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de CV als open CV werd beschouwd, zodat sprake was van een aanmerkelijk belang. Verder was aannemelijk dat de onzakelijke leningen van de BV aan de CV feitelijk uitdelingen aan belanghebbende waren, gevolgd door informele kapitaalstortingen in de CV, waardoor de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang werd verhoogd.
Echter, belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat de liquidatie en vereffening van de CV in 1997 waren voltooid, zodat het verlies uit aanmerkelijk belang niet in dat jaar kon worden verrekend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de navorderingsaanslag niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en het beroep tegen de verliesverrekeningsbeschikking ongegrond.
Uitkomst: Beroep tegen navorderingsaanslag 1997 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang; beroep tegen verliesverrekening 1996 ongegrond.