ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2124

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
17 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/232
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 27d AwbAlgemene wet inzake rijksbelastingenAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid belastingrechter inzake herziening arrest Hoge Raad en schadevergoeding

Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank, waarin deze zich onbevoegd verklaarde tot herziening van een arrest van de Hoge Raad en tot kennisneming van een vordering tot schadevergoeding die verband houdt met dat arrest.

Tijdens de zitting op 3 juli 2007 heeft belanghebbende onder verwijzing naar het gemeenschapsrecht betoogd dat de jurisprudentie van de Hoge Raad onjuist is en dat de rechtbank haar verzoeken tot herziening en schadevergoeding zou moeten honoreren. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat uit de aangevoerde argumenten niet volgt dat de belastingrechter bevoegd is om kennis te nemen van deze verzoeken.

De rechtbank bevestigt dat de enkelvoudige belastingkamer terecht heeft geoordeeld dat zij onbevoegd is tot kennisneming van de verzoeken van belanghebbende. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de belastingrechter niet bevoegd is tot herziening van het arrest van de Hoge Raad en kennisneming van de schadevergoedingsvordering.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 07/232
Uitspraakdatum: 17 juli 2007
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) juncto artikel 8:55 Awb Pro op het verzet van:
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] (België), opposante, hierna te noemen: belanghebbende,
tegen de met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb gedane uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank van 31 januari 2007.
Zitting
Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 3 juli 2007.
Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende en haar gemachtigde. De zaken bij de rechtbank geregistreerd met de nummers 07/232 en 07/233 zijn gelijktijdig ter zitting behandeld.
1. Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
2. Gronden
2.1 In de bestreden uitspraak heeft de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank zich onbevoegd verklaard tot:
- herziening van het door de civiele kamer van de Hoge Raad der Nederlanden gewezen arrest van 17 december 2004 (nr.C 03/114), en
- kennisneming van de vordering tot vergoeding van de schade die de Hoge Raad volgens belanghebbende met zijn arrest zou hebben berokkend.
2.2 De rechtbank heeft het verzetschrift van belanghebbende ontvangen op 7 februari 2007. Zowel in het verzetschrift, als ook ter zitting heeft belanghebbende onder verwijzing naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (het gemeenschapsrecht) omstandig betoogd dat de jurisprudentie van de Hoge Raad onjuist is en de rechtbank haar herzienings- en schadevergoedingsverzoek zou moeten inwilligen.
2.3 Uit belanghebbendes verwijzing naar het gemeenschapsrecht en hetgeen zij overigens heeft aangevoerd valt echter niet af te leiden dat de rechter in belastingzaken bevoegd is tot kennisneming van belanghebbendes verzoeken.
2.4 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de enkelvoudige belastingkamer in de thans bestreden uitspraak dan ook terecht geoordeeld dat zij onbevoegd is tot kennisneming van belanghebbendes verzoeken.
Gelet op het vorenoverwogene is het verzet ongegrond verklaard.
Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2007 door mr A.A. den Hartog, voorzitter, mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr. W. Brouwer, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Abbing-van Kleef, griffier.
Afschrift aangetekend verzonden aan belanghebbende:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbende en de wederpartij in het bodemgeschil binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag
Bij het instellen van beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het beroep in cassatie.