ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2192
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid belastingrechter inzake herziening arrest Hoge Raad en schadevergoeding
Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank Breda, waarin deze zich onbevoegd verklaarde tot herziening van een arrest van de Hoge Raad en tot kennisneming van een vordering tot schadevergoeding die belanghebbende aanvoert.
Tijdens de zitting op 3 juli 2007 heeft belanghebbende, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door zijn echtgenote, zijn standpunten toegelicht. Hij verwees uitvoerig naar het gemeenschapsrecht en stelde dat de jurisprudentie van de Hoge Raad onjuist was, waardoor de rechtbank zijn verzoeken tot herziening en schadevergoeding zou moeten honoreren.
De rechtbank oordeelde echter dat uit de verwijzingen naar het gemeenschapsrecht en de overige aangevoerde argumenten niet blijkt dat de belastingrechter bevoegd is om kennis te nemen van deze verzoeken. De enkelvoudige belastingkamer had derhalve terecht haar onbevoegdheid vastgesteld. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond.
Tegen deze uitspraak staat belanghebbende en de wederpartij in het bodemgeschil de mogelijkheid open om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden, belastingkamer.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de belastingrechter is onbevoegd tot herziening van het arrest en kennisneming van schadevergoedingsverzoeken.