ECLI:NL:RBBRE:2007:BB5730
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- J.J.J. Engel
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens niet-toelaatbaarheid voorziening asbestverwijderingskosten
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, wilde voor het jaar 2001 een voorziening of kostenegalisatiereserve vormen voor de verwijderingskosten van asbest in stallen van haar dochtermaatschappij. De rechtbank stelde vast dat de stallen asbesthoudende golfplaten bevatten, maar dat er ultimo 2001 geen redelijke mate van zekerheid was dat de verwijderingskosten zich daadwerkelijk zouden voordoen.
De rechtbank baseerde dit oordeel op het feit dat de verplichting tot verwijdering pas vanaf 2007 of later zou gelden en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij ultimo 2001 het voornemen had de stallen aan te passen. Hierdoor was het vormen van een voorziening of kostenegalisatiereserve niet toegestaan volgens de voorwaarden uit het arrest van de Hoge Raad van 1998.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van € 548.057. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het betaalde griffierecht vergoed.
De procedure omvatte meerdere schriftelijke stukken, een zitting op 27 augustus 2007 te Breda, en het pleidooi van beide partijen. De uitspraak werd op 9 oktober 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van € 548.057 omdat het vormen van een voorziening voor asbestverwijderingskosten niet mogelijk is.