ECLI:NL:RBBRE:2007:BB7052
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Pensioenverevening bij echtscheiding van directeur-grootaandeelhouder met pensioen in eigen beheer
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben bij echtscheidingsconvenant pensioenverevening afgesproken. De man is directeur-grootaandeelhouder van een holding waarin het pensioen volledig in eigen beheer is opgebouwd. Na de echtscheiding stelde de man dat er feitelijk geen pensioen was opgebouwd vanwege de goede financiële positie en de te verwachten erfenis van de vrouw.
De vrouw vordert afstorting van haar pensioenrechten door de man en de holding. De man en de holding voeren aan dat er geen daadwerkelijke pensioenvoorziening is opgebouwd en dat er geen verplichting tot afstorting bestaat zolang er geen recht op uitkering is. De rechtbank stelt vast dat de vrouw een aanspraak heeft op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen en dat op grond van redelijkheid en billijkheid de holding verplicht is tot afstorting, tenzij de continuïteit van de onderneming in gevaar komt.
De man en de holding hebben dit niet gemotiveerd gesteld. Bovendien oordeelt de rechtbank dat de man onrechtmatig handelt door de vrouw niet te informeren en haar pensioenrechten niet na te komen, waardoor hij hoofdelijk aansprakelijk is naast de holding. De rechtbank benoemt een deskundige om de hoogte van de afstorting te berekenen en houdt verdere beslissing aan totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de man en de holding tot afstorting van het pensioen van de vrouw en benoemt een deskundige voor de berekening van het bedrag.