ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9125
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Dierenarts mag herinvesteringsreserve vormen bij voortzetting praktijk in andere maatschap
Belanghebbende was tot eind 2002 deelgenoot in een dierenartsenmaatschap die een praktijk exploiteerde. Na opzegging van het maatschapscontract door de overige maten, trad hij per 1 januari 2004 toe tot een andere dierenartsenpraktijk van zijn levenspartner, waar hij chirurgische werkzaamheden verrichtte.
De inspecteur stelde dat belanghebbende zijn onderneming had gestaakt en weigerde een herinvesteringsreserve toe te staan over de overdrachtswinst (goodwill en stille reserves). Belanghebbende stelde dat hij zijn onderneming voortzette en dat er een herinvesteringsvoornemen bestond.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende zijn onderneming feitelijk voortzette in de nieuwe praktijk, mede ondersteund door investeringen in apparatuur en het doorsturen van cliënten. De rechtbank verwierp het standpunt van de inspecteur dat sprake was van staking en oordeelde dat een herinvesteringsreserve gevormd mag worden.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het verlies uit werk en woning voor 2003 op € 63.409 wordt vastgesteld, waarvan € 45.425 als ondernemingsverlies. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 13 november 2007.
Uitkomst: Belanghebbende mag een herinvesteringsreserve vormen omdat zijn onderneming is voortgezet in een andere maatschap.