ECLI:NL:RBBRE:2007:BF0110
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 30%-bewijsregel en vrije vergoeding dubbele huisvesting
Belanghebbende, een Franse werknemer tijdelijk werkzaam in Nederland, betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 2002 waarbij de inspecteur een correctie toepaste door een bedrag voor huisvestingskosten buiten de woonplaats bij het belastbare inkomen te rekenen.
De kern van het geschil betrof de vraag of toepassing van de 30%-bewijsregel uitsluit dat daarnaast een vrije vergoeding voor dubbele huisvesting wordt toegekend. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende kosten maakte voor huisvesting in Nederland en Frankrijk, welke zowel als extraterritoriale kosten als kosten van huisvesting buiten de woonplaats kunnen worden gekwalificeerd.
De rechtbank oordeelde dat eenmaal onbelast vergoede kosten niet nogmaals onbelast kunnen worden vergoed via een andere faciliteit. Gelet op de wetsgeschiedenis en toelichting is de 30%-bewijsregel mede bedoeld voor vergoeding van dubbele huisvesting. Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Brouwer op 6 april 2007.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de 30%-bewijsregel sluit een aanvullende vrije vergoeding voor dubbele huisvesting uit.