ECLI:NL:RBBRE:2007:BI4273
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar en handhaving WOZ-waarde praktijkruimte
Belanghebbende, gebruiker van een praktijkruimte in een flat, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €37.500 per 1 januari 1999. Na eerdere procedures en vernietiging door het hof wegens schending van de hoorplicht, stelde verweerder de waarde opnieuw vast op €31.000.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet vrij is om de waarde hoger vast te stellen dan de ambtshalve vermindering tot €26.999 in de eerste uitspraak op bezwaar. De bewijslast ligt bij verweerder, die de waarde onderbouwde met de huurwaardekapitalisatiemethode en referentieobjecten, wat de rechtbank voldoende aannemelijk acht.
Belanghebbendes verwijzingen naar andere gebruikers en het vertrouwensbeginsel slagen niet. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en handhaaft de waarde op €26.999. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €100 en het griffierecht van €281 wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarde gehandhaafd op €26.999.