ECLI:NL:RBBRE:2007:BJ9430
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Breda verklaart beroep ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete
Belanghebbende exploiteert een handelsonderneming in antiek en kunstvoorwerpen en bracht omzetbelasting in aftrek na invoer van goederen uit Indonesië. Bij verkoop paste zij de margeregeling toe met een verlaagd tarief van 6%, terwijl de inspecteur dit corrigeerde naar het algemene tarief van 17,5% en een naheffingsaanslag oplegde met een vergrijpboete.
Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat op grond van het vertrouwensbeginsel het verlaagde tarief van toepassing was, mede op basis van een briefwisseling met de inspecteur. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur slechts algemene inlichtingen had verstrekt zonder specifieke toezegging, zodat geen rechtens beschermd vertrouwen kon worden ontleend.
Verder stelde belanghebbende dat de inspecteur ten onrechte een tarief van 19% had toegepast in plaats van 17,5%. De inspecteur erkende dit en paste het bedrag aan via het leerstuk van interne compensatie. De rechtbank vond de berekening van de inspecteur juist en concludeerde dat de aanslag eerder te laag dan te hoog was vastgesteld.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 12 december 2007 door rechter W. Brouwer uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag omzetbelasting met toepassing van interne compensatie.