ECLI:NL:RBBRE:2007:BK8555
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inkomsten uit caravanstalling als resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende exploiteert een caravanstalling in een voormalige varkensstal op zijn perceel, waarvoor hij in 2002 29 overeenkomsten sloot met derden. De inspecteur stelde het resultaat uit deze stalling vast op €1.604, toe te rekenen aan belanghebbende als resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank bevestigt dat de activiteiten van belanghebbende, waaronder het plaatsen en ophalen van caravans, een vorm van actief vermogensbeheer vormen die normaal vermogensbeheer overstijgen.
Belanghebbende stelde dat de caravanstalling onderdeel is van zijn eigen woning en dat de inkomsten daarom onder het eigenwoningforfait vallen, dan wel dat de inkomsten tot het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen behoren. De rechtbank oordeelt dat de stalling een fysiek zelfstandig onderdeel is en niet als aanhorigheid van de woning kan worden aangemerkt. Op grond van artikel 2.14 Wet IB 2001 kan de stalling dan ook niet als eigen woning worden beschouwd en zijn de inkomsten geen onderdeel van het eigenwoningforfait.
Daarnaast wordt het vermogensbestanddeel dat inkomen uit werk en woning genereert niet meegenomen bij de bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen. De subsidiaire stelling van belanghebbende faalt daarom. Ook het beroep op opgewekt vertrouwen wordt verworpen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakt dat hij mocht vertrouwen op een weloverwogen standpunt van de inspecteur.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen zoals opgelegd door de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.